|
De start is in
De Bierton, een
feestboerderij
aan de rand van
Zwolle-Zuid.
Vandaar duiken
we direct het
Schellerpark in,
een park met
jong bos en veel
watergangen en
een speeleiland
voor de jeugd.
Daarna moeten we
een paar straten
trotseren om de
stad achter ons
te laten. We
passeren daarbij
de
IJsselcentrale,
officieel de
Centrale Harculo,
geheten. De
centrale is
gebouwd op een
plaats waar in
1573 de dijk
doorbrak. De
ontstane kolken
werden 400 jaar
later de
natuurlijke
havens voor de
aanvoer van
kolen. Deze
centrale uit
1955 had
oorspronkelijk
vier
schoorstenen ,
maar twee zijn
er gesloopt. Een
slechtvalk
gebruikt de
centrale als
uitvalsbasis,
terwijl
aalscholvers
zich voeden met
de vissen die in
het warme
koelwater leven,
dat door de
centrale wordt
geloosd in de
IJssel. In de
middeleeuwen is
in Harculo een
bittere veldslag
uitgevochten
tussen
opstandige
boeren en edelen
met de bisschp
van Utrecht. We
zetten de tocht
voort over de
dijk langs de
IJssel en hoewel
de rivier
verdwijnt tussen
de weilanden, is
aan de overzijde
het dorpje
Hattem en
daarachter de
Veluwe goed te
zien.
Landgoed
Windesheim

Een paar
kilometer verder
draaien we ons
eerste
graspaadje op
naar Landgoed
Windesheim. Dit
landgoed bestond
al in 1408. Het
huis werd begin
17e
eeuw gebouwd,
maar in 1944
platgebombardeerd
omdat men
vermoedde dat er
nog Duitsers in
verbleven.
Alleen de
bijgebouwen en
het toegangshek
resten nog.
Vanaf het
landgoed lopen
we naar het dorp
Windesheim. Hier
komen we langs
de voormalige
brouwerij van
een klooster dat
in 1387 werd
gesticht door de
volgelingen van
Geert Grote,
intiatiefnemer
van de beweging
‘moderne
devotie’.
In 1633
werd de
brouwerij
omgebouwd tot
kerk.
Tewaterlating
Modderzelte
Vanaf Windesheim
nemen we een pad
door de
weilanden. Als
eerste komen we
hier een
‘bruidsbos’
tegen. Dit is
een bos dat een
boer op een
hoekje van een
weiland plantte
op het moment
dat hij een
dochter kreeg.
Tegen de tijd
dat de dochter
ging trouwen,
waren de bomen
oogstrijp en had
de dochter zo
een bruidsschat.
In dit bos staat
ook een bordje
ter ere van de
tewaterlating
van de
Modderzelte.
Waarschijnlijk
is dit een grap,
want zowel de
ANWB als de
gemeente Zwolle,
wier logo’s op
het bordje
staan, hebben
geen idee waar
het over gaat.
Soestwetering
We volgen de
Soestwetering
een stukje naar
de soeppost. Dit
is een van de
hoofdwatergangen
van Salland. Ze
ontspringt aan
de voet van de
Holterberg en
mondt bij Zwolle
uit in de Nieuwe
Wetering en het
Almelose kanaal.
Wetering staat
voor gegraven
watergang. In de
Middeleeuwen
zorgde de mens
voor steeds meer
bedijking. Het
water uit
Salland on
daardoor niet
meer vrij naar
de rivier
afstromen en dat
bemoeilijkte de
ontginning van
het gebied.
Daarom werden
vanaf de 13e
eeuw de
weteringen
gegraven.
Vroeger werden
de watergangen
ook gebruikt
voor het vervoer
van goederen per
schip. De
Soestwetering
wordt
tegenwoordig ook
benut om in
droge periodes
Ijsselwater het
gebied in te
brengen ten
behoeve van de
landbouw en als
infiltratiewater
ten behoeve van
waterwinning via
grondwater.
De Colckhof
Na de soeppoest
gaan we algauw
op Landgoed De
Colckhof af, een
kleine
buitenplaats bij
Heino. Omstreeks
1300 maakte ‘dat
Goed ten Kolcke
met sijn
toebehoor,
gelegen in den
Karspel van
Zwol’deel uit
van de
bezittingen van
de Heren van
Almelo. Dit park
is in de eerste
helft van de 19e
eeuw aangelegd
in de Engelse
Landschapsstijl
met slingerende
paarjes en
waterparijen.
Het landhuis uit
1840 is uniek in
Nederland, omdat
het tegen een
spieker (graanschuur-latijns
spicarium) is
aangebouwd.
In het
bos passeren is
aan de
rechterhand een
theekoepeltje te
zien met daarin
verwerkt een
fraai staaltje
van optisch
bedrog. Van de
Colckhof steken
we over naar
Landgoed Den
Alerdinck.
Den Alerdinck
De geschiedenis
van Den
Alerdinck begint
in de 15e
eeuw, wanneer in
het
schattingsregister
van West-Salland
de naam van een
zekere Beernt
Alerding opduikt
(1427). In 1648
werd het
landhuis
aangemerkt als
havezate. De
toenmalige
eigenaar liet
het huis tot de
grond toe
afbreken en op
diezelfde plaats
een nieuw huis
bouwen, dat door
vele
verbouwingen
zijn huidige
vorm kreeg. De
status van
Havezate
betekende dat je
werd vrijgesteld
van allerleid
belastingen en
zitting kreeg in
de Staten van
Overijssel.
Wanneer we Den
Alerdicnk
verlaten, is aan
de linkerzijde
een heuse
zeedijk te zien.
In 1825
teitsterde een
grote
overstroming
Overijssel . Op
het landgoed
stond het uit de
Zuiderzee
opgestuwde water
zowat een meter
hoog en richtte
aanzienlijke
schade aan. De
toenmalige
eigenaar,
Bernardus van
Sonsbeeck,
besloot het
landgoed te
beschermen en
legde in 1830
een heuse dijk
aan, de Zeedijk.
Hoonhorst

Wij laten het
landgoed achter
ons en duiken
onder de N35
door richting
Hoonhorst. Even
lopen we langs
het Overijssels
Kanaal. Dit
kanaal loopt van
Zwolle via
Lemelerveld en
Vroomshoop naar
Almelo. We
verlaten het
kanaal en steken
een klein stukje
tussen de
weilanden door.
Op deze plek is
de kans op reeën
in de schemering
best groot, met
voorlopen heb ik
er hier een
groep van acht
gezien. Helaas
zal het met
wandelen wel
anders zijn. We
bereiken het
Hoonhorst, een
dorp met iets
meer dan 600
inwonders, waar
we in Zaal
Kappers de grote
rust hebben. Na
de grote rust in
Hoonhorst vangen
we een glimp op
van de
monumentale
molen De Fakkert,
een achtkantige
stellingmolen op
een gemetselde
voet. Deze molen
uit 1868 deed
vroeger dienst
als korenmolen
en verving een
molen uit 1862
die vastliep en
hierdoor
afbrandde. In
1930 viel
tijdens
werkzaamheden de
stelling naar
beneden, waarop
de molen werd
onttakeld.
Inmiddels zijn
de
restauratiewerkzaamheden
begonnen en de
hoop is de molen
in 2011 weer
maalvaardig te
hebben.
In de
molenaarswoning
uit 1891
bevinden zich
nog de marmeren
gangvloeren,
bedstee-kasten
en een thuusie
(wc met plank).
Mataram

We verlaten het
dorp en kiezen
een paadje door
een piepklein
natuurgebiedje,
waar ik bij het
voorlopen een
zilverreiger heb
gezien. Dan
lopen we tegen
de achterkant
van landgoed
Mataram aan,
waar deze tocht
naar is
vernoemd. De
naam verwijst
naar twee
belangrijke
Javaanse rijken,
Mataram I (8e-10e
eeuw) en Mataram
II (16e
tot 18e
eeuw).
In 1800
kwam de
eigenaar, Van
Rhijn, uit de
plaats Mataram
naar Nederland
en kost het
landgoed ’t
Franckeler bij
een publieke
verkoop, samen
met het
naastgelegen De
Horte. Van Rhijn
had een fortuin
veraard in Indië,
waar hij
resident was
geweest aan het
hof. Om zijn
rijke
herinnering aan
Indië in ere te
houden, gaf hij
De Horte de naam
Djokjakarte en
Franckeler werd
omgedoopt tot
Mataram. Op dit
landgoed mogen
we dan een paar
kilometer
onvervalst
modderhappen. Na
een rondje over
de fraaie
bospaden, steken
we een weggetje
over dat naar de
kantoren van
Landschap
Overijssel leidt
en wandelen De
Horte binnen.
De Horte
Landgoed De
Horte dateert
uit begin 17e
eeuw, in een
register uit
1602 wordt de
naam Jan op de
Hort reeds
vermeld. De
waterpartijen op
dit landgoed
hebben deel
uitgemaakt van
de
Emmertochtsloot,
een bochtig
riviertje dat
zijn oorsprong
op het landgoed
Den Berg bij
Dalfsen heeft.
Recent is dit
gebied weer in
oude glorie
hersteld.
Behalve aan
groen is er ook
aan dieren geen
gebrek. Op de
horte komen niet
alleen ree,
haas, konijn en
egel voor, maar
ook de dag,
bunzing,
hermelijk, wezel
en vos. Ogen
open houden
tijdens het
wandelen dus!
Vanaf De Horte
leidt een
graspad ons naar
Wythem. Zodra we
het asfalt weer
betreden, mogen
we genieten van
de koffie.
Daarna
doorkruisen we
Wythem, waar om
enkele
nieuwbouwwoningen
een bos is
aangelegd. We
werpen een blik
op de
Wythemerplas,
een grote
recreatieplas
die door
Zwollenaren ook
wel de
Wythemerplaya
wordt genoemd.
Sekdoornse plas
Opnieuw duiken
we onder de N35
door en steken
de Soestwetering
over. We lopen
langs de
Sekdoornse Plas,
een
zandafgraving en
achterlangs de
Marslanden, een
industrieterrein
dat gelukkig
verborgen blijft
achter bossages.
Weer een
tunneltje verder
bevinden we ons
aan de rand van
Zwolle. We maken
nog even een
uitstapje naar
de fruitpost,
die zich bevindt
onder de poort
van De Oude
Mars, een
boerderji uit
1938 van een
bijzonder type.
Het is namelijk
de enige
boerderij van
het gesloten
type rondom een
binnenplaats in
Overijssel. Op
dit moment staat
de boerderij
zelf leeg, maar
in de toekomst
krijgt het
gebouw een
maatschappelijke
functie.
Tenslotte volgen
de laatste
kilometers
richting finish,
waarbij zoveel
mogelijk de
aanwezige
groenstroken
worden benut. |